Eerstvolgende kerkdienst
29 december; 10.00 uur: Willy Spaans met gemeenteleden
De dienst wordt ook live als video uitgezonden
en is ook te beluisteren via Omroepcastricum
De diaconie collecteert in december 2024 voor speciale doelen
De zondagsbrief kan gelezen worden indien beschikbaar
Tekst van de lezing:
Jesaja 61: vers 10 en 11
Lucas 2: 22 - 40
[10] Ik vind grote vreugde in de HEER,
mijn hele wezen jubelt om mijn God.
Hij deed mij het kleed van de redding aan,
hulde mij in de mantel van de gerechtigheid,
zoals een bruidegom een kroon opzet,
zoals een bruid zich tooit met haar sieraden.
[11] Want zoals de aarde haar gewassen voortbrengt,
zoals een tuin het gezaaide laat ontkiemen,
zo laat God, de HEER, gerechtigheid ontkiemen
en glorie voor het oog van alle volken.
Lucas 2: 22 - 40
De toewijding van Jezus in de tempel
[22] Toen de tijd van hun onreinheid volgens de wet van Mozes ten einde was, brachten ze Hem naar Jeruzalem om Hem aan de Heer aan te bieden, [23] zoals is voorgeschreven in de wet van de Heer: ‘Elke eerstgeboren zoon moet aan de Heer worden toegewijd.’ [24] Ook wilden ze het offer brengen dat de wet van de Heer voorschrijft: een koppel tortelduiven of twee jonge gewone duiven.
[25] Er woonde toen in Jeruzalem een zekere Simeon. Hij was een rechtvaardig en vroom man, die uitzag naar de tijd dat God Israël vertroosting zou schenken, en de heilige Geest rustte op hem. [26] Het was hem door de heilige Geest geopenbaard dat hij niet zou sterven voordat hij de messias van de Heer zou hebben gezien. [27] Gedreven door de Geest kwam hij naar de tempel, en toen Jezus’ ouders hun kind daar binnenbrachten om met Hem te doen wat volgens de wet gebruikelijk is, [28] nam hij het in zijn armen en loofde hij God met de woorden:
[29] ‘Nu laat U, Heer, uw dienaar in vrede heengaan,
zoals U hebt beloofd.
[30] Want met eigen ogen heb ik de redding gezien
[31] die U bewerkt hebt ten overstaan van alle volken:
[32] een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen
en dat tot eer strekt van Israël, uw volk.’
[33] Zijn vader en moeder waren verbaasd over wat er over Hem werd gezegd. [34] Simeon zegende hen en zei tegen Maria, zijn moeder: ‘Weet wel dat velen in Israël vanwege Hem ten val zullen komen of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat weersproken wordt, [35] en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden. Zo zal de gezindheid van velen aan het licht komen.’
[36] Er was daar ook een profetes, Hanna, de dochter van Fanuel, uit de stam Aser. Ze was hoogbejaard; vanaf haar huwbare leeftijd had ze zeven jaar met haar man geleefd, [37] en ze was nu al vierentachtig jaar weduwe. Ze was altijd in de tempel, waar ze God dag en nacht diende met vasten en bidden. [38] Op dat moment kwam ze naar hen toe, bracht hulde aan God en sprak over het kind met allen die uitzagen naar de bevrijding van Jeruzalem.
[39] Toen ze alles overeenkomstig de wet van de Heer hadden gedaan, keerden ze terug naar Galilea, naar hun woonplaats Nazaret. [40] Het kind groeide op, werd sterk en was vervuld van wijsheid; Gods genade rustte op Hem.
Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap